003115|Dit boek was nog al in den smaak der geleerden gevallen, en verhief mij tot eene specialiteit in dat vrij onbekende deel der natuurlijke geschiedenis.
005208|die zich daar bevond, en zeilde naar Vanikoro, dat hij twaalf Februari in het gezicht kreeg; hij zeilde langs de klippen tot den veertienden
005970|Het lijk in een wit kleed gehuld werd in zijn vochtig graf nedergelegd. De kapitein kruiste de armen over de borst
003126|of wij kennen ze niet. Indien wij ze niet allen kennen, indien de natuur nog geheimen voor ons heeft op het gebied der ichthyologie,
008044|Ik wil u gelooven, kapitein, hernam ik op eenigszins spottenden toon. Ik geloof u!
004967|Die zeelieden behoorden oogenschijnlijk tot verschillende natien, hoewel zij allen duidelijk van Europeesche afkomst waren.
008719|Ik verzocht Ned dus mij eerst eens te laten nadenken, voordat ik handelde.
006365|Ik naderde dit bewonderenswaardig weekdier;
006160|Ja, zei ik, het is een treurig ambacht, en dat slechts dient om aan modegrillen te voldoen.
008795|Men zag duidelijk de tweehonderd zuignappen, die aan den binnenkant der voelarmen zaten en er als half bolvormige vliesjes of blaasjes uitzagen.
007728|Zou het u aangenaam zijn, vroeg de kapitein, er iets meer van mee te nemen dan alleen de herinnering? Wat wilt gij daarmee zeggen?
009391|hij nam een bovenmenschelijke gedaante aan. Hij was niet meer mijns gelijke, het was de waterbewoner,
008386|er was eenige tijd noodig voordat onze oogen aan de duisternis gewend waren. Eindelijk namen wij de handen voor de oogen weg. Zoo iets
006087|Ik zag duidelijk hun spieraalvormige schelp, door Cuvier bij een netgevormde sloep vergeleken; het was inderdaad een schuitje, dat het dier draagt
003785|Koenraad, die langs den tegenovergestelden kant had rondgetast, kwam weder bij mij, waaruit het ons bleek dat de hut zoo wat twintig voet lang en tien voet breed zijn moest.
005013|dat zooals men zegt, voor den mensch een element des doods is, maar dat het element des levens is voor millioenen dieren
005117|Toen de Nautilus weder op de oppervlakte kwam, kon ik het lage en boschrijke eiland Clermont Tonnerre in zijn geheelen omvang zien.
006666|Een onderzeesche tunnel! riep hij uit, een gemeenschap tusschen de beide zee n! Wie heeft daar ooit van gehoord? Vriend Ned,
007170|Manin, de Italiaansche patriot; Lincoln, door den dolk van een voorstander der slavernij gevallen,
005965|op den bodem van den ontoegankelijken Oceaan! Neen, nimmer was mijn geest zoo ontroerd!
005925|dit was geheel verschillend van de streek, welke wij bij onzen eersten tocht gezien hadden.
007839|Wat mij aangaat, zei hij, ik heb ook eens een slag van een walvischstaart gehad, maar. in mijn sloep, dat spreekt.
003845|Maar niettegenstaande de fraaie volzinnen en het schoone stemgeluid van den verteller, slaagde het Duitsch evenmin.
005651|misschien is het wel vergiftigde hagel! Ik zal den kapitein waarschuwen, zeide ik, naar binnengaande.
003422|hij hield zich zelfs alsof hij nooit naar de zee keek, behalve als hij de wacht had-ten minste als er geen walvisch in het gezicht was.
007308|Die steenhoopen, waarvan ik zooeven sprak, waren op den zeebodem met een zekere regelmaat verspreid, waarvan ik mij geen verklaring wist te geven.
008209|Zijn die dieren niet gevaarlijk? vroeg Koenraad. Neen, antwoordde ik, behalve als men ze aanvalt.
007332|tegen het heldere water juist waren afgeteekend. Men stelle zich een woud in den Harz tegen een berghelling voor, doch in het water verzonken.
006252|Het spijt mij dat ik die dame niet tot vrouw heb, sprak de Amerikaan, terwijl hij zijn arm op weinig dubbelzinnige wijze heen en weer bewoog.
003901|Dit vooruitzicht scheen mij des te onaangenamer toe, omdat, al was mijn hoofd helderder dan den vorigen dag, ik eene zonderlinge gedruktheid op de borst voelde.
008758|Ik heb van dat schilderstuk hooren spreken; maar het tafereel is uit een legende genomen; en je weet wat men van die legenden uit de natuurlijke geschiedenis moet denken! Bovendien
009320|Kapitein Nemo zag ze eenige oogenblikken aan, stak toen de armen er naar uit, en barstte in snikken uit,
005080|Bij eene laatste stuiptrekking had zij haar kind nog opgeheven, doch het arme kleine wicht hield de armpjes om den hals der moeder geslagen.
005879|Tegen twee uur was ik in de salon bezig om aanteekeningen te maken, toen de deur openging en de kapitein verscheen. Ik groette hem;
002971|Het jaar achttienhonderdzesenzestig werd gekenmerkt door eene zonderlinge gebeurtenis, namelijk eene onverklaarbare verschijning, welke niemand zeker vergeten heeft.
008982|hetzij dit komt van een vriend of van een vijand. Welnu, het is dit gevoel, dat wij vreemd zijn aan al wat u betreft,
007548|wij stuitten op zwarte basaltblokken; soms lagen zij met zwavel bedekt over een vlakte neergeworpen,
008954|ik heb te spreken over een zaak, die geen uitstel lijdt. Welke, mijnheer? vroeg hij op spottenden toon. Hebt gij een ontdekking gedaan, die mij nog ontgaan was?
006533|kriskoralen als fluiten, slechts wachtende op den adem van Pan, schulpen die men elders niet aantreft,
006807|twaalf Februari, kwam de Nautilus bij het krieken van den dag weer boven. Ik haastte mij naar het plat.
003706|en toen zonk ik in de diepte. Op dit oogenblik stiet ik op een hard voorwerp; ik klampte mij er aan vast;
008170|om elf uur was de zon nog niet doorgekomen; ik maakte mij daar ongerust over, want zonder zon waren geen waarnemingen mogelijk;
005714|Men kon letterlijk zeggen dat hij tusschen zijne aanvallers en zich een elektriek net gespannen had, waar niemand ongestraft over heen kon.
008586|wat is dat heerlijk, wat is die zuurstof goed! Mijnheer behoeft niet bang te zijn om adem te halen; er is genoeg voor ons allen.
004533|het zijn bijzondere stroomen, kenbaar aan hun warmtegraad, aan hunne kleur, en van welke de merkwaardigste den naam van Golfstroom draagt.
004324|Wij hebben nog niet gedaan, mijnheer Aronnax, zeide kapitein Nemo, terwijl hij opstond; als gij mij wilt volgen, zullen wij den achtersteven bezoeken.
008844|Een enkele nog zwaaide het slachtoffer als een veertje heen en weder, en kronkelde in de hoogte;
005606|Gedurende al den tijd, dat het lage tij duurde, zwierven de inboorlingen in de nabijheid van de Nautilus, maar zij maakten geen geraas.
004154|zij is 'het levende oneindige,' zooals een uwer dichters eens zeide. En
005228|Nemo zeide verder niets doch wenkte mij om hem naar het salon te volgen. De Nautilus zonk eenige meters onder water en de wanden openden zich.
009421|Verschrikkelijker naam in vreeselijker toestand kon ons zeker niet in de ooren klinken. Waren wij dan op die gevaarlijke plek aan de kust van Noorwegen?
007273|Eenige zeilen aan den gezichteinder, zeker van schepen die tot kaap San-Roque varen om een gunstigen wind te zoeken, die hen om de Kaap de Goede Hoop voert.
006650|Door toeval en redeneering, of eigenlijk nog meer door de laatste dan door het eerste. Ik luister, kapitein, doch kan het haast niet gelooven.
007486|naar boven kijkend, meende ik recht boven mijn hoofd een zekeren lichtenden schijn te zien, een soort van schemering, door een rond gat binnenvallend.
006192|zoo, zei ik, gij weet dus. Als mijnheer het niet kwalijk neemt, antwoordde Koenraad,
005634|de mensch gebruikt liefst de rechterhand, zoodat allerlei werktuigen en inrichtingen als trappen, sloten, horlogeveeren, enzovoort enzovoort
007600|Drie kwartier daarna hadden wij onzen tocht om het meer ge indigd, en waren wij weer aan boord.
004913|Het was een prachtige zeeotter, het eenige viervoetige dier dat bepaald de zee bewoont.
008569|Ik wilde het toestel van mij afstooten, doch zij hielden mij de handen vast, en ik ademde eenige oogenblikken met het grootste genot.
003464|de matrozen ontveinsden hunne ontevredenheid niet, en de dienst leed er onder.
005655|doch ik geloof dat gij ernstige redenen hebt om bij mij te komen!
007321|Onze weg werd langzamerhand lichter.
007419|het vrome Eusebes uit, wier reusachtige inwoners eeuwen lang leefden en die kracht genoeg bezaten om deze rotsblokken op elkander te stapelen,
008370|Ik zou geen woorden kunnen vinden om de prachtige uitwerking der lichtstralen op die grillig gevormde ijsblokken te beschrijven; elke hoek, elke spleet,
